|
Bob Bouber - geboren in 1935 en telg van een bekende toneelfamilie - heeft gewerkt als schoenmaker, kapper, grimeur, kantoorbediende, doelman bij DWS, maar is ook vier jaar lang directeur van de Cabaretschool in Amsterdam. Na dat alles kiest hij voor de uitdaging van het onzekere avontuur met een band. De ontmoeting vindt plaats in oktober 1962 in een stampvol clubgebouw van Speeltuinvereniging Frankendaal, waar honderdvijftig tieners zich in het zweet dansen op het geluid van The Apron Strings. Met deze band wil Bouber zijn droom verwezenlijken, een gemaskerde groep muzikanten die een griezelige act opvoeren met een perfecte lichtshow.
De studie van slaggitarist Erik Boom vormt echter een belemmering om zich in het avontuur te storten en hij wordt vervangen door Jaap de Groot, afkomstig van Les Sylvain.
De repetities vinden plaats in de studio van Bouber in de Albert Cuypstraat. Daar studeert de groep een show in, er wordt kleding ontworpen en maskers aangeschaft. De jongens krijgen dansles van Helen LeClerc en voor 50,- per maand kopen de gitaristen bij Moe Hermans in de Utrechtsestraat op afbetaling alle drie een rode Fender. Bouber bouwt een installatie van stangen en beugels, met daarin lampjes die aan- en uitgezet kunnen worden. En dan zijn ZZ & De Maskers er klaar voor.
Ze beginnen met twee voorzangers maar na enige try-outs in Overveen verlaten Joop Schutte en drummer Henny van Pinxteren de groep. Pierre van der Linden, die zich na Johnny and his Cellarrockers bij de Mystics niet zo op z'n gemak voelt, wil graag meedoen.
Het eerste officiële optreden als ZZ & De Maskers vindt plaats op 4 augustus 1963 in het Kurhaus in Scheveningen, in het voorprogramma van Chubby Checker. De act is een enorm succes en diezelfde avond al wordt er contact gezocht door impresario Lou van Rees en platenmaatschappij Artone. Met producer Leon Swaab en technicus Luc Ludolph aan de knopjes worden in november 1963 in het Bavohuis in Amsterdam-Oost de eerste vier nummers opgenomen. 'Dracula', 'La Comparsa', 'Beat girl' en 'Quizas, quizas, quizas'. Hoewel 'La Comparsa' het niet tot de hitparade weet te brengen, is het nummer tot op de dag van vandaag nog te horen in verzoekprogramma's en is het uitgegroeid tot een van de mooiste en meest gespeelde gitaarklassiekers van de lage landen. (Er dient nog vermeld te worden dat tijdens de opnamen van Dracula en Quizas de hulp is ingeroepen van Guus Jansen Sr. op Hammondorgel)
Jan de Hont speelt in die tijd over een Egmond 30 Watt kofferversterker. Hij maakt daarbij gebruik van een Meazzi-echoapparaat. Slaggitarist Jaap de Groot speelt ook op een Strat/Egmond-combinatie en Hans de Hont gebruikt een basinstallatie van Dynacord.
In oktober 1963 komt Trini Lopez naar Nederland voor een optreden in het Concertgebouw in Amsterdam. In het voorprogramma staan ZZ & De Maskers, en hoe! Een zaal vol tieners gaat uit zijn bol. Als Lopez in februari 1964 voor een tweede optreden naar Nederland komt, vraagt hij weer ZZ & De Maskers in het voorprogramma. Het bestuur van het Concertgebouw maakt dan echter bezwaar. En wel "omdat bij een vorig optreden is gebleken dat zij vooral de meisjes onder het publiek te veel in extase brengen!".
De groep speelt zo'n drie/vier keer per week. Het eerste tv-optreden vindt plaats op 1 november 1963 in de eerste 'Voor de vuist weg' van Willem O'Duys en dat geeft de groep nog een extra zetje.
Jan de Hont: "In december 1963 en januari 1964 speelden we in Tabu's in Nurnberg en Keulen, West-Duitsland. In die tijd moest bassist Hans de Hont onder de wapenen. Diverse bassisten passeerden tijdens de audities de revue, maar Ador Otting, die in Johnny Kendall & The Heralds zat, speelde de bassolo uit 'Nivram' van The Shadows zo mooi dat voor hem gekozen werd."
"Op 21 januari 1964 werd Hans alweer onslagen uit militaire dienst en hij speelde vanaf februari '64 weer mee. De reden van ontslag was vermeende homosexualiteit. Zelfs 'gespeelde' homosexualiteit was voldoende om de dienstarts te doen huiveren. Stel je voor, het mocht eens besmettelijk zijn! Een mooie truc die later door vele muzikanten is toegepast, een beetje oogmake-up, een gekleurd onderbroekje en een iets te zware parfum deed wonderen."
"Omdat we nu twee bassisten in de groep hadden, moest naar een oplossing worden gezocht. Ador herinnerde zich in het verre verleden een paar pianolessen te hebben gehad en hij besloot een orgeltje aan te schaffen. Dat was nog niet zo makkelijk in een tijdperk waar je buiten het kerkorgel alleen maar Theater- en Hammondorgels had, want het moest natuurlijk ook 'vervoerbaar' zijn. Uiteindelijk viel de keus op een 'Philicorda', op de markt gebracht door Philips."
Een belangrijke stap voor de groep, want door toevoeging van een orgel wordt het geluid voller en kan er gewerkt worden aan een eigen sound.
Op 17 februari 1964 wordt 'Sloppin in Las Vegas/She's got my heart' opgenomen en ruim een week later duiken ze weer de studio in voor vier instrumentals: 'Ave Maria no morro', 'James Bond 007', 'Tamara' en 'Till'. 'Sloppin' in Las Vegas' wordt uitgebracht in mei '64, kort daarna gevolgd door 'Tamara/Till'.
Als Pierre vd Linden de groep medio 1964 vaarwel zegt, vinden ze via het Arbeidsbureau drummer Alewijn Dekker. Dan is de definitieve bezetting van ZZ & De Maskers een feit. Alle volgende platen worden in deze bezetting opgenomen. Zo ook het in augustus 1964 uitgebrachte 'Shake hands', oorspronkelijk een Duitse hit van Drafi Deutscher (twee maanden in de Top-40, hoogste plaats nr. 19). Op de achterkant staat een Bouber-nummer: 'Ik heb genoeg van jou'. Die B-kant brengt het onverwacht tot een Top-20 notering en staat zes weken op de kaart. Kort daarna, in september'64, brengt de groep twee instrumentale singles uit: 'Ave Maria no morro/James Bond 007' en 'Spanish tears/Cadillac', de laatste twee zijn composities van Jan de Hont. De populariteit van de groep is dan ongekend, veel optredens door het hele land en regelmatig live voor radio en tv.
Op verzoek van de Nederlandse tv-piraat Noordzee wordt in december 1964 het instrumentale 'North Sea melody' opgenomen en gebruikt als herkenningsmelodie voor de nieuwe zender op het REM-eiland. Een serie korte filmpjes die de groep maakt met regisseur Bob Langestraat wordt nooit uitgezonden omdat de piratenzender een uitzendverbod krijgt opgelegd.
In maart '65 komt Chubby Checker met zijn vrouw Rina Lodders (Nederlandse én Miss World) op bezoek bij Artone-Nederland en hij vraagt aan directeur John Vis: "Hoe is het toch verder gegaan met die jongens uit Amsterdam?" Van het een komt het ander en het resultaat is een plaatopname van Chubby met ZZ & De Maskers. Met enigszins gewijzigde tekst ten opzichte van het origineel komt 'Stoppin' in Las Vegas/Cato from Volendam' uit en die brengt het tot een 28e plaats in de hitparade.
Kort voordat de eerste LP verschijnt, wordt de single 'Cheat Cheat/Playboy loves Playgirl' uitgebracht. Omdat de LP met het oog op de komende tournee geheel op de Engelse markt gericht is, wordt 'Dracula' opnieuw ingezongen.
Bij deze studio-opname maken de Maskers voor het eerst gebruik van Vox AC50 versterkers, live spelen zij echter op grote 50 Watt Egmond Mastodont versterkers. Jan de Hont maakt daarbij gebruik van een WEM Copycat-echo. Om de LP op de radio gedraaid te krijgen, wordt er een single van getrokken: 'So sorry/I wanna relax'.
In de zomer van 1965 vertrekken ZZ & De Maskers voor vier weken naar Engeland. Ze spelen onder andere samen met de Spencer Davis Group in een zaal voor drieduizend man. Spencer Davis, met de dan zestienjarige Steve Winwood, speelt Rhythm & Blues met een vet, zwaar vervormd gitaargeluid. Jan de Hont is op dat moment nog niet toe aan zo'n gitaargeluid. De vervorming uit de Burns-versterker van Steve wordt door hem toegeschreven aan een kapotte speaker. "Zal ik vragen of hij mijn versterker wil lenen?" vraagt hij aan de andere jongens. "Nee, doe dat maar niet, anders heeft hij net zo'n goed geluid als wij," is het antwoord.
ZZ & De Maskers treden op in zgn workman's cafe's samen met Dusty Springfield, ze komen op TV en spelen de beroemde Marquee Club in Londen plat. Overal waar ze komen staat op de affiches vermeld: 'Look out Beatles, here they come! The Dutch nr. 1 Group: ZZ And The Masks'. Beatles-manager Brian Epstein vindt de groep 'so exciting', dat hij serieus overweegt hun manager te worden. Mede door de breuk met Bouber gaat ook het kontakt met Brian verloren.
Omdat "zij de enige beatgroep zijn in Nederland met een origineel Nederlands repertoire" ontvangt de groep in oktober 1965 tijdens het Grand Gala du Disque een Edison. In dat jaar wordt ze in diverse muziekbladen verkozen tot beste vocale en beste instrumentale groep.
Inmiddels zijn de Fendergitaren ingeruild voor een Gibson 335 model en speelt Jan over een Farfisa-versterker. Van datzelfde merk gebruikt Ador een orgel. Hans maakt gebruik van een Gibson Titan V versterker. Vergeleken met de veelal primitieve beatgroepen uit die tijd staat de muzikale kwaliteit van ZZ & De Maskers op eenzame hoogte.
Omdat de groep nog steeds instrumentaal hoge ogen gooit, verschijnt er een tweede LP, waarop maar weinig gezongen nummers staan. Als laatste singles komen in juni '65 'Ik bedoel het altijd goed/Trek het je niet aan' uit en 'Goldfinger/Formula Vee Special'. 'Goldfinger' kent nog een Top 5 notering en staat vijftien weken op de hitlijst, maar kort daarna loopt de samenwerking tussen Bob Bouber en de groep snel af.
"Waarom we uit elkaar gingen? Dat is voor een deel een financiële kwestie geweest," zegt Jan de Hont. "En voor een ander deel artistieke meningsverschillen.
Er werd een overeenkomst opgesteld dat alle royalties van de tot dan toe opgenomen platen zou toekomen aan Bob. Door deze deal te sluiten mochten wij de naam De Maskers blijven gebruiken. Wat we zouden verdienen aan de opnamen die daarna volgden en dus onder de naam De Maskers werden gemaakt, zou ons toekomen."
Jan de Hont en consorten gaan verder als De Maskers.
|