|
Ramses Shaffy (Neuilly-sur-Seine, 29 augustus 1933) is een Nederlands chansonnier en acteur. Na een carrière als acteur (bij de Nederlandse Comedie) maakte Shaffy sinds de jaren zestig furore als zanger. Liedjes als Sammy; Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder; We zullen doorgaan, Pastorale en Laat me in de jaren '70 werden klassiekers.
Shaffy werd geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine, als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Hij groeide op in Cannes bij zijn moeder. Toen deze tuberculose kreeg, kwam Shaffy via een tante in Utrecht en een kindertehuis, in een Leids pleeggezin terecht. Het afscheid van zijn moeder is een ingrijpend moment in zijn leven geweest, getuige zijn liedje De trein naar het noorden.
Hij maakte de middelbare school niet af en werd in 1952 aangenomen op de Amsterdamse toneelschool. Vervolgens debuteerde hij in 1955 bij de Nederlandse Comedie. In 1960 reisde hij met zijn partner Joop Admiraal naar Rome in de hoop daar werk te vinden als filmacteur. Onverrichterzake keerden ze weer terug. In 1964 richtte Shaffy de theatergroep Shaffy Chantant op. Hij werkte langdurig samen met zangeres Liesbeth List en pianist Louis van Dijk. Anderen - onder wie Thijs van Leer - maakten korte tijd deel uit van zijn ensemble. Met Liesbeth List zette hij het onder andere het lied Pastorale op de plaat, een lied dat grote bekendheid zou verwerven.
Shaffy trad vanaf begin jaren tachtig ook weer op als acteur, zowel in films als op de planken (Toneelgroep Amsterdam). Hij oogstte in 1993 succes met zijn vertolking van Don Quichotte in de musical De man van La Mancha van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. In 2002 maakte Pieter Fleury een documentaire over hem: ('Ramses'), die op het Nederlands Filmfestival in Utrecht een Gouden kalf won.
Na enkele keren 's nachts op straat door criminelen te zijn gemolesteerd, belandde Shaffy in een Amsterdams verpleegtehuis. Dit had ook te maken met langdurig, overmatig alcoholgebruik. Volgens sommigen lijdt hij aan het syndroom van Korsakov, maar zijn artsen hebben die diagnose nooit gesteld.
In het najaar van 2005 stond hij voor het eerst sinds jaren weer in de hitparades, met een nieuwe versie van zijn hit 'Laat me' (uit 1978), dit keer samen gezongen met de band Alderliefste en Liesbeth List.
Ramses Shaffy heeft, op 31 mei 2006, de eerste Edison Oeuvre Prijs voor Kleinkunst ontvangen. Edison-directeur Kees van Weijnen reikte het bronzen beeldje uit tijdens de presentatie van een CD-box met het gehele solo-oeuvre van de zanger Laat mijn liedjes nu maar zwerven. Shaffy kreeg de prijs voor zijn buitengewone verdiensten voor de Nederlandstalige muziek.
|