|
Doe Maar (1978 - 1984 en 1999 - 2000) was een Nederlandse en Nederlandstalige popgroep, die invloeden uit de ska, de punk en de reggae combineerde tot Nederpop.
Gemeten naar de hysterie die op het hoogtepunt rond de groep bestond, is het zonder twijfel de populairste band in de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. De vier studioalbums sinds Skunk haalden allen de nummer 1-positie in de albumlijsten en in de loop der jaren haalden maar liefst zes verschillende compilatiealbums de hitlijsten. Hiermee is Doe Maar ook commercieel de meest succesvolle Nederlandstalige groep.
De bekendste 'Doe Maar'-samenstelling is: Henny Vrienten (1948): zang en basgitaar; Ernst Jansz (1948): zang en toetsen; Jan Hendriks (1949): gitaar en zang; Jan Pijnenburg (1955): slagwerk en zang. Dit is de groep die op alle posters en in alle popbladen stond afgebeeld, alhoewel drummer Jan Pijnenburg alleen op de live-platen uit de jaren tachtig meespeelde en op het reüniealbum uit 2000.
De eerste bezetting vanaf juni 1978 was: Ernst Jansz: zang en toetsen; Jan Hendriks: gitaar; Carel Copier: slagwerk; Piet Dekker: zang en basgitaar. Joost Belinfante (ex-CCC Inc. en Slumberlandband) speelde tijdelijk basgitaar tussen februari en augustus 1980, tot hij vervangen werd door Henny Vrienten. Bij de opnames van het album Doris Day En Andere Stukken (november/december 1981) was Carel Copier vervangen door René van Collem, ex-Stock en zoon van wijlen filmrecensent Simon van Collem. Half mei 1982 werd hij uit de band gezet, ten gunste van Jan Pijnenburg (ex-Sweet D'Buster, Fontessa, Lucifer, Long Tall Ernie and the Shakers en Hollander). Deze kreeg echter al na één optreden een auto-ongeluk en kon tot januari 1983 niet drummen, waarna Van Collem maar weer teruggevraagd werd. De definitieve bezetting Vrienten-Jansz-Hendriks-Pijnenburg bleef gehandhaafd tot en met het afscheidsconcert op 14 april 1984 en opnieuw vanaf november 1999 tot en met juni 2000.
Doe Maar is ontstaan als een gelegenheidsband die optrad bij het rondtrekkende Festival of Fools. Ernst Jansz werd gevraagd een band te formeren en probeerde samen met Piet Dekker (beiden ex-Slumberlandband en The Rumbones) Nederlandstalige popmuziek uit. Gitarist Jan Hendriks en drummer Carel Copier werden uit de band Steam weggeplukt. Van april tot en met juni 1978 werd de band aangevuld met de clowns Mart de Corte en Jan Bogaerts (later bekend geworden als fotograaf), zanger Wim van Oevelen (later toermanager van de groep) en zangeressen Truus de Groot en Anouk Strijbosch. Na een bijdrage aan de elpee Uitholling Overdwars in april 1979 in de vorm van het nummer Blozen, regelde manager Frank van der Meijden een platencontract bij Telstar, het platenlabel van schlagerkoning Johnny Hoes. Eind 1979 resulteerde dat in de eerste elpee Doe Maar. De single 'Ik zou het willen doen' haalde in februari 1980 de tipparade.
Na problemen in de samenwerking tussen Ernst Jansz en Piet Dekker, besloot de groep er mee op te houden. Om de laatste contractuele verplichtingen af te ronden, zocht de groep nog naar een basspeler. Jansz benaderde professioneel bassist, gitarist en componist Henny Vrienten, waarmee hij al enkele malen had samengespeeld.
Eerst in 1975 op het album 'Waar ik woon en wie ik ben' van Boudewijn de Groot en in zijn begeleidingsband voor de tournee hierna. Daarna vormden Jansz en Vrienten (toen nog op gitaar) in 1977 de reggaeband The Rumbones met bassist Piet Dekker en drummer Johnny Lodewijks. Op het album 'Van een afstand' uit 1980 van Boudewijn de Groot speelden o.a. Vrienten, Jansz, Hendriks en Copier mee.
Aanvankelijk weigerde Vrienten mee te doen in Doe Maar, omdat dit niet een onderdeel van een geslaagde carrière leek. Later ging Vrienten overstag, omdat Doe Maar een groep leek waar plezier een belangrijke rol speelde. Met hem en Ernst Jansz beschikte de band plotseling over twee begenadigde liedschrijvers die elkaars werk op een positieve manier beïnvloedden. Onder invloed van Vrienten besloot de band de feestnummers van het repertoire te halen en alleen nog maar ska en reggae te spelen. Vrienten leverde meteen drie nummers voor het nieuwe album, waar de groep op dat moment al mee bezig was.
De platenmaatschappij was niet onder de indruk van de kwaliteitsinjectie en stelde het op de markt brengen van het album 'Skunk' uit tot na het decemberseizoen en tot na carnaval, omdat de maatschappij vond dat het aanbod van de groep niet zou blijven staan tussen het werk van gevestigde namen.
De platenmaatschappij begon echter wel al met het reclame maken voor het album en monsters werden naar de radiozenders gestuurd. Vanwege een fout waren de radio-dj's niet op de hoogte van het feit dat de plaat nog niet te koop was. Blij de beschikking te hebben over kwaliteit tussen de gebruikelijke vulgaire noord-Nederlandse carnavalsrommel, speelden ze de single en wordt het album uitgeroepen tot dag-LP.
Luisteraars raakten meteen gecharmeerd van het nummer, 32 jaar, alhoewel men moeite had de oorspronkelijke titel, 'Sinds 1 dag of 2' te onthouden tot dj Frits Spits het liedje de huidige titel gaf.
De definitieve doorbraak volgde in 1982 met de single 'Doris Day' en het melancholieke reggae-album 'Doris Day En Andere Stukken'. Van dit album mixte Henny Vrienten een dubversie ('Doe De Dub Discodubversie') en 12" versies van 'Is Dit Alles' en 'Situatie'.
In mei 1982 ontving Doe Maar de Zilveren Harp, een aanmoedigingsprijs van Stichting Conamus. Ook deden Jansz, Hendriks, van Collem en Belinfante 10 optredens met Bram Vermeulen onder de naam 'De Gevestigde Orde'. Op 31 mei 1982 was Doe Maar de openingact op Pinkpop. Op 8 oktober gaf de groep een televisieoptreden tijdens Veronica's Popnacht samen met Normaal, Golden Earring en Vitesse.
Toen in november 1982 de single 'De Bom' werd uitgebracht was Doe Maar inmiddels uitgegroeid tot een supergroep met alle media aandacht en merchandising die daarbij hoort. Er ontstonden hysterische toestanden rondom de groep. De gezichten van de groepsleden waren niet van de bladencovers af te slaan, de merchandise was niet aan te slepen en ook het oudere werk van de groep ging als warme broodjes over de toonbank. Doe Maar werd de populairste groep die de Nederpop ooit gekend heeft. Binnen enkele maanden zag het halve land fosforgroen en zuurstokroze.
In België was de band minder bekend, vandaar dat Doe Maar in januari 1983 daar drie optredens deed. In Nederland haalde het album 'Skunk' in januari 1983 de nummer 1 positie in de albumlijsten, bijna twee jaar na de release. Het album 4us (spreek uit: virus) verscheen in maart 1983 op LP, MC en als eerste Nederlandstalige plaat ook op CD. Het album was al in de voorverkoop platina en haalde de nummer 1 positie, evenals de single 'Pa', die als eerste single ooit op nummer 1 binnenkwam.
In deze periode verschenen de bandleden, met name Jansz en Vrienten, voortdurend in de (roddel)pers, vandaar dat men op 30 maart een publiciteitsstop afkondigde.
Op 16 en 17 mei 1983 droeg Doe Maar bij aan een benefietproject ten bate van Amnesty International, getiteld 'Een Gebaar'. Op deze twee gala avonden in Carré Amsterdam was Doe Maar in drie nummers de begeleidingsband van Adèle Bloemendaal, Freek de Jonge en Van Kooten en de Bie. Henny Vrienten begeleidde ook op deze avonden André Hazes op gitaar.
Een week later was Doe Maar de hoofdact op Pinkpop. Dit optreden in Geleen had hun hoogtepunt moeten worden, maar werd een dieptepunt. Tijdens het uur durende, afsluitende optreden, werd de band massaal bekogeld met appeltjes. Al bij opkomst kreeg Henny Vrienten een appel hard op zijn kaak. De groep speelde 12 nummers (Doe Maar Net Alsof, Zoek Het Zelf Maar Uit, Belle Hélène, Is Dit Alles, Heroïne, Nachtzuster, Alles Gaat Voorbij, Je Loopt Je Lul Achterna, Tijd Genoeg, Pa, Smoorverliefd en Lajeninaja). Tijdens het laatste nummer werd Doe Maar o.a. bijgestaan door de Golden Earring-leden George Kooymans en Cesar Zuiderwijk.
Optredens in Loosbroek, Goes, Assen, Tiel en Joure (juni 1983) werden opgenomen voor het live-dubbelalbum 'Lijf Aan Lijf'. Nadat dit album in september was gemixt, werkte Henny Vrienten in oktober en november 1983 aan zijn soloalbum 'Geen Ballade'.
In december werd opgetreden op de Nederlandse Antillen, waarna Doe Maar begon aan de opnames van de vijfde studioplaat. 'Macho' was al uitgebracht als single, toen op 15 februari 1984 bekend werd dat Doe Maar ermee zou stoppen. Op 14 april 1984 werden er twee afscheidsconcerten gegeven in de Maaspoort Sports en Events in 's-Hertogenbosch. Het verzamelalbum '5 Jaar Doe Maar, Het Complete Overzicht', met daarop één nieuw nummer, hield nog even de herinnering levend.
Ruim 15 jaar later, op 1 november 1999, kondigde Doe Maar een eenmalige reünie aan.
De band had grote moeite om met het succes om te gaan. Ze zagen niet graag tientallen jonge meisjes flauwvallen in warme, overbevolkte zalen en ook leken ze het plotselinge en volledige verlies van hun privacy niet op prijs te stellen. Wat dat betreft zijn de titel van hun lied 'Eén nacht alleen' en een couplet van dat nummer veelzeggend.
Het uit elkaar gaan van de groep in 1984 haalde zelfs het destijds over het algemeen zeer 'serieuze' NOS-televisiejournaal van acht uur 's avonds. De bandleden speelden echter nog graag samen en gaven ook toe dat in afzondering te doen.
In 2000 kwam een droom van vele fans uit en kwamen de leden nog één keer bij elkaar voor een album, Klaar en 16 optredens in Ahoy, Rotterdam. De optredens werden bezocht door ruim 175.000 mensen en daarmee was Doe Maar de meest succesvolle band van 2000. Van de optredens verscheen een CD en een DVD, beiden getiteld 'Hees van Ahoy'.
|